Boos, heel boos

Boos, heel boos

Ik ben boos, heel boos.

Zojuist de persconferentie (20 januari 2021), lockdown, avondklok. Terwijl we het zo goed doen! Terwijl we het V……. al zo een tijd zo verschrikkelijk braaf en goed doen. Ik, mijn praktijk, mijn cliënten, mijn kinderen. Dat doet nog wel het meeste pijn, mijn kinderen. De één op school, nou ja, niet dus. De ander een tussenjaar om geld te verdienen en de wereld in te trekken, kansloos. En de derde aan een studie begonnen, op kamers, drie uur treinen van hier. Ze zit in een jaar met ruim 300 studenten, ze heeft er misschien tien een paar keer in het echt gezien. De rest zijn namen op een lijstje en als het een keer meezit een bewegend gezicht op de computer.

Rutte

Ik ben boos op Rutte, dat hij het gore lef om met zijn teflonkop de avondklok in te stellen. Boos op de Jonge omdat hij doet alsof hij het allemaal weet, terwijl hij God betere het de ene fout op de andere stapelt.

Ik ken mijn nijging. Ik kan wel omgaan met die boosheid: Stilletjes op de bank gaan zitten, een reep chocolade teveel eten en het liefst slapen. Even weg van deze wereld, niet zijn, niet voelen.

Ik kan ook goed bij die foute kant van boos zijn. Het is zo lekker om iemand de schuld geven van je boosheid (Rutte, De Jonge). Om het Capitool te bestormen, boze tweets de wereld insturen dat je dit of dat zal doen. Lekker ongeremd kwaad worden, uit je dak gaan. Het is zo lekker makkelijk om ongeremd kwaad te worden op die ander en je volledig in je recht wanen, voor geen rede vatbaar. Alles om maar je eigen onmacht niet te hoeven dragen, om niet te hoeven voelen.

Ik en mijn schuur

Maar zo wil ik niet zijn, zo wil ik niet leven. Ik wil mijzelf in de ogen aan kunnen kijken en doen waarin ik geloof. Ik geloof dat ik een gelukkiger mens wordt/ben/blijf als ik trouw aan mijzelf ben. Aan waar ik op andere momenten waarachtig vertrouwen in heb. Vertrouwen in mij. Ik hoef me niet af te reageren op “die ander”, ik hoef me zelfs niet “uit te zetten”, ik kan beter. Ik weet het, al kost het soms wel kracht.

Ik ga aan een klus aan mijn schuur beginnen. Een klus die veel te groot voor een dag is, te groot voor een week. Een klus die ik bere spannend vind. Ik heb hem al maanden voor mij uit geschoven. De boosheid, deze kracht maakt dat ik het aandurf.

Sta met tranen in mijn ogen op de ladder een veel te zware balk vast te zetten. Bibberende armen, tranen in mijn ogen, niet omdat die stomme balk veel te zwaar is om op een ladder vast te houden. Maar tranen omdat mijn boosheid me verteld dat ik eigenlijk verdrietig ben, heel verdrietig…

Ik en mijn verdriet

Het is even niet anders..

De schuur, nee die is niet af,

Ik heb wel een goed begin gemaakt

Nee niet aan Corona, dat kan ik niet, dat ligt buiten mijn macht

Wel aan mijn schuur, dat kan ik wel.

En aan mijn boosheid. Ik kan nu voelen waar mijn verdriet over gaat, voelen wat mij zo waardevol is dat het pijn doet…

 

Contact na aanleiding van dit artikel?